In De Kleine Wereld staat coöperatief (samenwerkend) leren centraal. ‘Voor kinderen is het even een leuk spelletje tussendoor, maar ondertussen zijn ze gewoon aan het leren’, zegt leerkracht Romy.

Leuk spelletje

“Ik werk nu met kleuters en geef ze bijvoorbeeld een woordenschatkaartje. De bedoeling is dan dat ze elkaar opzoeken. Dat vinden ze super om te doen; ze altijd blij als ze elkaar hebben gevonden en geven elkaar dan enthousiast een high five. Ze moeten elkaar uitleggen wat er op het kaartje staat en daarna is de ander aan de beurt.”

“Kinderen leren met en van elkaar. We kunnen als docent de stof uitleggen en ze dan aan de slag laten gaan, maar we merken dat ze samen meer leren. Soms kiezen we ervoor om kinderen met hetzelfde niveau aan elkaar te koppelen en soms is het juist goed om te mixen. Zo leren ze goed met iedereen samenwerken.”

“Frisse blik en meer focus”

- Romy

Luisteren en praten

“Bij de kleuters doen we dit tijdens iedere kringles, bij oudere kinderen één of twee keer per dag. Kleuters hebben het écht nodig om even door de klas te lopen, een sprongetje te maken en te bewegen. Zij zien het als spelletje, maar het is stiekem ook een oefening in luistervaardigheden en praten. Het geeft ze bovendien zelfvertrouwen, want hoe leuk is het als je aan klasgenootjes mag laten zien wat je kunt?”

Leren samenwerken

“Bij de hogere groepen vullen we het coöperatief leren iets anders in. Hier krijgen leerlingen als opdracht om over een bepaald onderwerp na te denken. Eerst zelf en dan met je maatje naast je of in een groepje. Juist doordat ze samen delen waar ze mee bezig zijn en met elkaar van gedachten wisselen, belichten ze een onderwerp van verschillende kanten. Het mooie is dat ze op deze manier ook samenwerken met kinderen die ze anders niet zo snel zouden kiezen.”

Meer focus

“Het is voor kinderen heel fijn om op deze manier bezig te zijn. Ik merk dat ze een frisse blik krijgen en dat de focus terugkomt. Kleuters kunnen even lekker bewegen en oudere kinderen hoeven ook niet de hele tijd stil te zijn. Ze mogen juist overleggen met klasgenootjes. Ik geniet ervan als ik zie hoe ze elkaar opzoeken en hoe enthousiast ze ervan worden om samen te werken.”