Vanaf het moment dat kinderen op De Kleine Wereld terechtkomen, zijn ze met woorden bezig. Op een speelse, leuke manier - zonder dat ze het zelf doorhebben - vergroten ze hun woordenschat. ‘Kinderen krijgen hierdoor zelf een meer lerende houding’, zegt leerkracht Susan van groep 5/6.

“Voor veel kinderen is taal en woordenschat nog lastig. Een aantal kinderen hoort thuis ook nog een andere taal. In groep 1/2 leren kinderen woorden door interactief voorlezen. Enkele woorden uit de boekjes die we voorlezen, bespreken we voor of na met de kinderen. We hangen ze ook op, zodat de kinderen ze goed zien. Het is vooral een kwestie van heel veel herhalen, tijdens het werk én tijdens het spelen.”

Betekenis

“Ik merk dat leerlingen steeds meer naar de betekenis van een woord durven te vragen. Ik stimuleer dat heel erg, want het is niet altijd makkelijk om aan te geven dat je iets niet weet. “Wat goed van je dat je iets wilt weten. Knap van je!” Als leerkracht ben je tenslotte ook een soort rolmodel.”

“Veel spelletjes met woorden”

- Susan

Begrijpend lezen

“Voor begrijpend lezen is het zo ontzettend belangrijk dat kinderen weten wát ze lezen. En daarvoor moeten ze heel veel woorden kennen. Als leerkracht bied ik ze woorden aan, leg uit wat ze betekenen en door ze vervolgens met allerlei spelletjes te gebruiken, leren ze woorden kennen. Neem ‘on’ bijvoorbeeld. Dat betekent niet. Als ze dat weten, snappen ze ook combinaties zoals onduidelijk en onnodig. ”


“Ik merk dat kinderen deze manier van leren leuk vinden en dat ze heel alert zijn. Ze onthouden het op deze manier ook beter.”

Woordenschatmuur

“We doen veel spelletjes om de woordenschat te vergroten. Om de betekenis te raden, bijvoorbeeld. Bij nieuwsbegrip halen we een moeilijk woord uit de tekst, zetten dat op papier en hangen dat op de woordenschatmuur. We gebruiken ook woordparaplu’s. Dan schrijf je bovenin een woord en daaronder allemaal woorden die daarmee te maken hebben.”